A.D. Copier Leerdam (Ned. Dagblad aug. 2012)

Glas is onmisbaar. Ramen in huis, flessen in de koelkast en drinkglazen op tafel. Glas mag ook mooi zijn. Daar is de glasstadLeerdam beroemd om; glaskunst. En dat heeft Leerdam vooral te danken aan Andries Copier (1901-1991), Nederlands grootste glaskunstenaar ooit.

Als Gijsbert Copier op 11 januari 1901 vader wordt van Andries weet hij niet dat er in Leerdam een wonderkind in de wieg ligt. Dankzij zijn zoon zal de glasfabriek en de stad Leerdam waar vader Gijsbert werkt en woont uitgroeien tot een internationaal handelsmerk. Tot op de dag van vandaag. Het onlangs heropende Glasmuseum Leerdam vertelt het levensverhaal van de man die het voor elkaar kreeg dat ieder Nederlands huishouden tussen 1920 en 1950 over werk van zijn hand beschikte.

 

Etsafdeling

Het verhaal van Andries Copier begint bij de carrière van zijn pa. Vader Gijsbert Copier gaat na zijn schoolopleiding op 12-jarige leeftijd naar de glasfabriek van Leerdam, waar zijn oom portier is. Hij krijgt werk op de etsafdeling. Etsen is in die tijd een van de weinige versieringstechnieken die voor glas gebruikt worden. Met dunne naalden en een bepaalde druktechniek brengt de jonge Gijsbert Copier fijne versieringen aan op glas. De artistieke weg die hij hiermee inslaat past niet bij de familie Copier. Het oer-Hollandse geslacht, in die tijd vooral woonachtig in het oosten van Zuid-Holland, bestaat vooral uit landbouwers. Gijsberts tekentalent, maar ook zijn leiderschapsgaven blijven in Leerdam niet onopgemerkt. Al snel is hij chef van de etsafdeling. Het gaat goed met de fabriek in Leerdam. Horecabedrijven en distilleerderijen zijn belangrijke klanten voor de glasfabriek in Leerdam, maar ook verenigingen en individuele opdrachtgevers weten het glaswerk van Leerdam te waarderen.

De jonge Andries houdt ook van tekenen, iets wat zijn vader Gijsbert niet onderkent. Later schrijft hij: „Ik tekende al op de lagere school, vooral veel planten. Maar mijn vader vond dat helemaal niets. „Je kunt nog geen boterbloem tekenen”, zei hij. Kort daarna nam ik deel aan een tekenwedstrijd. Buiten zijn weten zond ik een tekening in van een boeket boterbloemen en won daarmee de eerste prijs.” De toon is gezet.

 

Volk verheffen

Petrus Marinus Cochius, die vanaf 1912 directeur is van de glasfabriek in Leerdam, ziet het talent in de zoon van zijn werknemer. Andries Copier mag zijn vader helpen tegen een vergoeding van 50 cent per dag. Als zijn vader in oktober 1915 op doktersadvies voor enkele weken vertrekt naar een tbc-rusthuis in Vierhouten, mag de dan 14-jarige Andries zijn vader vervangen. Hij is vanaf dat moment verantwoordelijk voor het reilen en zeilen op de afdeling.

Copier ontwerpt en tekent zijn eerste servies. Maar zijn wens om aan de kunstacademie te studeren kan zijn vader niet vervullen. Daar is geen geld voor. Dan legt Andries Copier zijn wens bij Cochius neer, die bereid is de opleiding voor hem te financieren. Na de academie kan hij als vaste ontwerper voor de fabriek in Leerdam aan de slag. Officieel is Copier nu belast met „het esthetisch toezicht op alle glaswerk dat door de fabriek in Leerdam gemaakt zal worden.” Ook Leerdammers weten ”den jongen kunstenaar” te vinden. Copier ontwerpt vaandels voor fanfare en kinderkoor Het Nachtegaaltje en maakt een linoleumsnede voor de feestgids bij het jubileum van koningin Wilhelmina.

„Cochius geloofde erin het volk te verheffen. Kunstnijverheid moest betaalbaar zijn voor iedereen”, vertelt conservator Hélène Besançon. „Hij stelde daarom kunstenaars aan om betaalbaar design te maken.” Zelf zegt Cochius dat het „voor iemand die tegenwoordig zijn huis goed en artistiek wil inrichten” niet meer nodig is de toevlucht te nemen tot (duur) antiek. „Deze tijd heeft zijn eigen stijl en het is dus overbodig om steeds terug te grijpen op het verleden.” Cochius is ervan overtuigd dat kunstnijverheid de samenleving diepgang en betekenis geeft.

De Leerdamse ontwerpen moeten betaalbaar zijn voor een breed publiek. Helaas kunnen de unieke glasobjecten, die een arbeidsintensief productieproces vragen, niet op tegen de massaproducten die juist in deze tijd van industrialisatie verschijnen. De fabriek in Leerdam merkt dat er geen winst te maken is op de verkoop van Leerdam unica’s, ontwerpen waar maar één exemplaar van gemaakt is. Vandaar dat in 1922 de eerste Leerdam serica verschijnen: een drinkservies van Copier, gemaakt in serie. Er volgen er vele. Hélène Besançon: „Je herkent in elk servies zijn signatuur. De bolletjesdop in de karaf van Servies Neerlandia bijvoorbeeld. Die zie je ook bij diverse Leerdam unica’s terugkomen.” Ze wijst in het open depot naar een ranke vaas met omgeslagen bovenrandje. „Heel herkenbaar Copier. Hij gebruikt ook vaak dezelfde kleuren. Annagroen, meerblauw. Alles wat Copier maakte, het werkte écht bij hem.”

 

Bloempotten

Na zijn eerste servies volgen vele glasobjecten van zijn hand. Ontbijtserviezen, drinkserviezen en vazen en schalen. Van graniver, een glasmengsel met een hoog zandgehalte, maakt hij bloempotten. Met glasblazer Gerrit Vroegh werkt hij ’s nachts in de fabriek aan Leerdam unica’s met onconventionele vormen en kleuren. De Olympische Spelen die in 1928 in Nederland worden gehouden leveren drie Copierontwerpen op. De KLM krijgt een servies van melamineplastic.

En hoewel protestant gedoopt maakt hij liturgisch glas voor gebruik in de Rooms-Katholieke Kerk. De met Bijbelteksten gedecoreerde hostiedozen, altaarvazen en wijnkelken vallen echter niet in de smaak bij de kerk. Glas past niet bij God, goud of zilver is minimale vereist. „De priesters in de kerk waren heel erg tegen. Ze vonden dat je dan evengoed een jampot kon gebruiken. En ja, dan al die teksten er op. Het is nooit een succes geweest”, aldus de ontwerper. Want dat wil hij zijn: in de eerste plaats ontwerper, dan pas kunstenaar.

In de oorlogsjaren heeft de fabriek in Leerdam het moeilijk. Het enige voordeel is dat glazen potten en flessen van essentieel belang zijn voor de verpakking van levensmiddelen. Dus verklaart de bezetter de fabriek in Leerdam ”kriegswichtig” en blijft de productie doorgaan.

Na de Bevrijding komt er een groot aantal bekende serviezen op de markt. Servies Primula is populair. Het gebruiksglas van Leerdam is te vinden in warenhuizen. „Voor een matige prijs kunt u iets van dit alom bekende fabrikaat, gunstig beoordeeld op de Parijsche wereldtentoonstelling, in eigendom krijgen”, zo adverteert V&D. De grote en dure stukken –zogenaamde Leerdam Unica’s– zijn te koop in galeries en op tentoonstellingen, zoals op Expo 58 in Brussel, waar een paviljoen van Rietveld wordt ingericht door Royal Leerdam.

 

Nieuw leven

Conservator Hélène Besançon vertelt enthousiast over het oeuvre van Andries Copier. „Servies Neerlandia is het bekendste servies van Andries Copier. Iedereen had het op tafel staan. De Gildeglazen zijn nog steeds bij Blokker te koop. Het is toch te gek dat een ontwerp uit 1930 het nog steeds goed doet? En ze drinken zo lekker. Dat is wat Andries Copier belangrijk vond. Niet alleen schoonheid, ook gebruiksgemak.”

Als Copier in 1971 met pensioen gaat en daarmee het werk in de fabriek achter zich laat, blijft hij niet stilzitten. Hij doet mee aan de Biënnale van Venetië, krijgt een eigen atelier in Acquoy (nabij Leerdam) en reist de wereld over. Hij stort zich volledig op het glasontwerpen. Met de beste glasblazers uit Tsjechië, Amerika, Italië, Zweden, Frankrijk en Nederland creëert hij de bijzonderste kunstobjecten van glas. Vele daarvan bevinden zich in privécollecties. Met zijn overlijden in 1991 gaat Andries Copier de geschiedenis in als de man die eenvoudige vormgeving wist te paren aan aantrekkelijkheid en doelmatigheid.

 

Tot eind december 2012 is in het Nationaal Glasmuseum Leerdam de tentoonstelling ”Copier: een nieuw leven” te zien, het slot van het tweeluik ”Compleet Copier”. Onder dezelfde titel is een oeuvrecatalogus van Andries Copier verschenen.